Cello

De cello is wel twee keer zo groot als een altviool. Het instrument is zo groot, dat je het niet meer onder je kin kan houden. De cello is eigenlijk een basviool in staande positie. De cellist gaat op een stoel zitten. Het instrument wordt tussen de knieën geplaatst en rust met een uitschuifbare metalen pin op de grond. De cello heeft vier snaren en wordt bespeeld met een strijkstok die korter is dan die van de viool.

De klank van de cello is een octaaf (8 tonen) lager dan de altviool. De cello heeft met zijn grotere klankkast en dikkere snaren een veel diepere klank dan de viool. De cello klinkt heel warm en zangerig.

In het symfonieorkest speelt de cello een belangrijke rol. De ene keer wordt de baspartij gespeeld (samen met de contrabassen), een andere keer de melodie. Als je cello speelt, word je heel veel gevraagd om in groepen en orkesten te spelen. Als cellist ben je echt niet te missen in de academie. Er wordt al van het begin samengespeeld, eerst met de andere cellisten uit je klas, later in het strijkorkest. De cello is geschikt voor alle soorten muziek. Je kan er klassieke muziek op spelen, maar ook jazz of pop.

Studie-cello’s bestaan in kleinere maten. Je kan ze huren op onze academie of bij een vioolbouwer.